Evangelielezing: Johannes 4: 5 - 30, 39,
In Nederland hebben we eigenlijk nooit gebrek aan goed drinkwater.
In een hete zomer wordt weleens aangeraden om het land en de tuin niet te besproeien, of het is zelfs verboden.
Soms moet een wijk of stad een paar dagen het water koken of water uit flessen drinken vanwege vervuiling.
En het is natuurlijk altijd goed om zuinig te zijn met drinkwater, om de kraan niet onnodig lang te laten stromen.
Maar een echt tekort, en daardoor dorst, écht dorst omdat je geen water bij de hand hebt, hoeven wij eigenlijk niet te hebben.
In eerdere tijden, ook in het Midden-Oosten in de tijd van Jezus, lag dat anders.
Er was nog geen stromend water uit de kraan, men was afhankelijk van waterputten.
Dat waren belangrijke plekken bij een stad of dorp:
Levensnoodzakelijk voor mens en dier, reizigers en karavanen.
En het waren ook sociale ontmoetingsplaatsen.
Eigenlijk is het jammer dat wij geen waterputten meer hebben waar je water moet halen.
Dan zou je je buren, je straat en wijkgenoten, ook al zijn ze nog zo anders, wel moeten tegenkomen en zien.
Bij een waterput wacht je op elkaar, je help je elkaar water putten.
Daar moet je elkaar wel zien en aanspreken, is het onvermijdelijk om elkaar te ontmoeten en in gesprek te raken.
Ook in de Bijbel is een waterput, een bron vaak een bijzondere plek.
Een plek waar ontmoetingen plaatsvinden die levens veranderen:
De knecht van Abraham op zoek naar een vrouw voor Abraham z’n zoon Izaäk, ontmoet bij een waterput Rebekka, de toekomstige vrouw van Izaäk.
Jakob ontmoet bij een bron zijn geliefde Rachel.
En ook Mozes ontmoet bij een waterput, een bron Zippora die later zijn vrouw zal worden.
Ontmoetingen die bepalend zijn voor hun leven en ook voor hun rol in de geschiedenis van God met het volk Israël.
De bron is in de Bijbel een plek is waar mensen elkaar zien
Zoals Jezus bij de bron de Samaritaanse vrouw ziet.
En gezien worden is belangrijk, daar kun je als mens niet zonder, net zoals je niet zonder water kunt.
Daarmee past ons evangelieverhaal van vanmorgen heel mooi op deze zondag Oculi: ogen.
Genoemd naar psalm 25: ‘Ik houd mijn ogen gericht op de Heer.’
In het Hebreeuws, de taal van het OT, kan hetzelfde woord zowel ‘oog’ als ‘bron’ betekenen.
We richten onze ogen op God als bron van ons leven.
En: wij mogen ons gezien weten door God.
Gezien worden kan voor een mens een bron worden om uit te leven.
Hoe mooi is het dat in België ‘ik hou van jou’ gezegd wordt als: ‘ik zie u graag’.
Dat is wat er gebeurt in het Bijbelverhaal: zien en gezien worden.
Jezus ziet de vrouw.
Hij ziet haar écht.
Een vrouw die dacht dat niemand haar nog zag, of wilde zien,
wordt door Jezus gezien.
En Jezus ziet niet alleen de buitenkant,
niet alleen wat anderen over haar zeggen: de verhalen, de roddels die mensen over haar vertellen: een vrouw met een verleden, die verschillende mannen heeft gehad.
Jezus ziet haar zoals zij werkelijk is, haar gemis én haar verlangen.
Jezus spreekt haar aan.
Dat was bepaald niet vanzelfsprekend: als man een vrouw aanspreken, en dan ook nog een jood die een Samaritaanse aanspreekt.
Jezus gaat met haar in gesprek, steeds een laagje dieper.
Daardoor leert de vrouw, daar bij de bron ook met andere ogen naar zichzelf kijken.
Kan ze anders in het leven staan.
De put waaruit ze water kwam halen wordt voor haar een bron waardoor haar leven opnieuw gaat stromen.
De Griekse tekst speelt ook met die woorden ‘put’ en ‘bron’.
De vrouw heeft het steeds over een put, door mensen gegraven, waar je water komt halen.
Jezus spreekt over een bron, een plek waar stromend water als vanzelf opborrelt en blijft stromen.
De waterput wordt tot een bron.
Een bron van ‘Levend water’.
De vrouw kwam naar de put om water te halen.
Maar het wordt voor haar tot een bron waardoor haar leven opnieuw gaat stromen.
Ze komt in beweging.
Durft weer onder de mensen te komen.
Ze kwam water putten op het heetste uur van de dag, een ongebruikelijk moment, waarop de meeste mensen vanwege de hitte liever binnen bleven.
Zo kon ze andere mensen vermijden en ook de afkeurende blikken.
Maar nu, na de ontmoeting met Jezus, gaat ze terug naar de stad.
Ze spreekt de mensen aan, nodigt ze uit om mee te gaan naar Jezus.
De vrouw wordt zelf tot een bron voor anderen.
Na die wonderlijke ontmoeting met Jezus gaat er van alles in haar borrelen en bewegen.
Ze wordt zelfs de eerste vrouwelijk apostel in het evangelie,
die haar stadgenoten zo ver krijgt om ook naar Jezus toe te gaan.
In het begin van het verhaal zegt Jezus tegen de vrouw: ‘Geef mij te drinken’.
Nu heeft zij de bron van levend water ontdekt en gaat zij daarvan uitdelen.
Zet ook anderen in beweging.
Wie door Jezus gezien wordt, ontdekt een bron van leven — en kan zelf een bron voor anderen worden.
In een kleine bijzin wordt verteld dat de vrouw haar kruik laat staan, dat lijkt onbelangrijk maar is veelzeggend:
Die kruik heeft ze nu niet meer nodig om water te putten.
Ze heeft iets anders gevonden, een andere, diepere bron, levend water, waardoor haar leven opnieuw is gaan stromen.
En zijzelf tot een bron voor anderen wordt.
Dat is het mooie, het verrassende in dit verhaal.
Niet alleen is Jezus een bron voor de vrouw, - levend water dat haar dorst lest, haar verlangen stilt, dat ze er mag zijn.
Ook de vrouw wordt zelf tot een bron.
Zoals Jezus zegt:
‘Wie het water drinkt dat Ik geef, zal nooit meer dorst krijgen.
Het water dat ik geef zal in hem of haar een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’
‘Eeuwig leven’, dat is niet alleen iets van later, na dit leven.
Eeuwig leven begint nu al:
Het is leven in al z’n volheid,
het echte, goede leven dat hier en nu geleefd wordt.
Niet meer vastzitten in het verleden, zoals dat soms kan voelen:
het leven als een eindeloze herhaling van alle dagen hetzelfde, alsof je leven op slot zit, vast in allerlei patronen en gewoonten.
Leven dat voelt als een put met stilstaand water.
Jezelf of elkaar vastpinnen op het verleden: ‘ik ben nu eenmaal zo’, ‘jij doet ook altijd…’
Of: Die vrouw je weet wel, met dat verleden, met die 6 mannen ………..
Putten met stilstaand water, dat kan gaan stinken.
‘Eeuwig leven’ is een bron die stroomt.
Levend water dat dorst lest, verlangen vervult.
Ieder mens, ieder van ons kent, denk ik, die dorst, dorst als verlangen.
Vanuit wat je mist.
Zoals we in de tekst om ontferming hebben verwoord:
Zolang er gebrek is aan water, vrede, recht: geef ons dorst dat we blijven verlangen naar
Vrede en Gerechtigheid.
– en daarmee natuurlijk ook ons ook daarvoor inzetten –.
Dorst als verlangen misschien ook in je eigen leven vanuit wat je gemist hebt, te weinig hebt ontvangen:
geborgenheid, liefde, gezien worden in wie je bent.
Dat er dan iemand op je pad komt die jou écht ziet,
die jou wil kennen met alles wat er in je leven gebeurd is, maar je daar niet op vast pint.
Iemand bij wie je jezelf mag zijn en steeds meer worden.
Waardoor je je met zelfvertrouwen durft te openen voor het leven, voor anderen.
Zonder de schijn op te hoeven houden.
Dát is het ‘eeuwig leven’ waar het evangelie over spreekt: de mens te zijn die je kunt zijn, zoals we bedoeld zijn.
Ruimte: dat je er mag zijn zoals je bent.
Opstaan om het leven aan te durven, met openheid en in verbondenheid met mensen om je heen.
Dat is wat Jezus de vrouw, en al die mensen die op zijn pad komen, geeft.
Wat geloven ons wil geven:
God voor ons als een Bron van levend water.
Om ons daarin mee te laten nemen, dat het ook in ons gaat stromen.
Te leven vanuit het perspectief van Gods Koninkrijk,
de goede wereld en het goede leven zoals door God bedoeld.
Wie die Bron voor zijn/haar leven ontdekt en eruit leert leven, kan ook een bron worden voor anderen.
Elkaar aanspreken, op het werk of in je straat, waardoor die ander zich gezien voelt.
Diegene die misschien het gevoel heeft er niet echt bij te horen, uitnodigen om mee te doen in het gesprek, het samen koffiedrinken.
Heel concreet, straks ook na de viering tijdens de koffie, zorgen dat er niemand alleen staat en zich misschien verloren voelt.
Juist in de roerige tijd waarin wij leven, in onze samenleving en wereld,
met alle verschillen die er zijn tussen mensen,
ligt er een grote uitdaging om elkaar te willen zien,
om voor elkaar een bron te zijn van geborgenheid, mededogen, steun en hulp.
Te laten stromen wat Jezus noemt: ‘Levend water, Eeuwig leven’:
het goede leven, vrede, gerechtigheid en welzijn.
Met het kindernevendienstthema voor vandaag:
‘Ik ben er voor jou’: Jezus voor de vrouw, wij voor elkaar.
Elkaar zien.

