Evangelielezing: Johannes 5: 1 – 18

 

 

 

Het is fijn dat we weer samen kunnen zingen, na al die maanden dat we dat hebben moeten missen. .

Zingen kan je, net als muziek, als het ware optillen,

samen zingen, het zingen van anderen kan je optillen en dragen.

Je optillen vanuit somberheid, moedeloosheid, verdriet.

Zodat je weer verder kunt.

 

We kunnen ook elkaar optillen, door aandacht, goede woorden

– zoals we ook elkaar kunnen afbreken, neerdrukken, klein maken door scherpe bijtende woorden, kleinerende, neerbuigende opmerkingen,

- als je dat te veel meemaakt, teveel hoort, kun je daar onzeker van worden, neergedrukt en verlamd, en je leven lang daar last van houden.

Maar gelukkig kunnen we elkaar ook optillen, door liefdevolle aandacht, complimenten, goede zegenende woorden, door elkaar te willen zien in wie je bent en kunt zijn.

 

‘Optillen’ is een belangrijk woord in het Bijbelverhaal van vanmorgen.

Over de man die al 38 jaar ziek is, en tevergeefs ligt te wachten bij het water van het bad van Betzata of Bethesda.

Tevergeefs ligt hij te wachten, want er is niemand die hem naar het water kan dragen als het beweegt.

Nooit kan hij als eerste in het water zijn om daardoor genezen te worden.

Want er is niemand om hem erin te helpen.

De Griekse tekst en ook de vorige NBG vertaling zeggen het nog indringender: ‘Ik heb geen mens’.

Geen mens, niemand om hem letterlijk op te tillen en naar het water te dragen,

zodat hij als eerste in het water is en genezen wordt,

en weer een nieuwe weg en nieuwe toekomst van leven in kan gaan.

 

Dan komt Jezus langs, op weg naar een joods feest in Jeruzalem, en het is ook nog, horen we even verderop, op sabbat, de 7e dag.

Dat klinkt veelbelovend.

De joodse feesten, Pasen of Pinksteren dat is hier niet helemaal duidelijk,

maar de joodse feesten zijn feesten van bevrijding, bevrijding van slavernij, van onderdrukking, bevrijding tot het goede leven.

En de sabbat is de 7e dag, de rustdag, om in vrijheid te mogen genieten van al het goede van de schepping.

 

Maar de weg naar het feest gaat langs de ellende.

Tenminste, als er ellende is, lijden, verdriet, verlamdheid, dan kun je daar niet aan voorbij gaan en aan voorbij kijken als je op weg bent naar het feest, naar een feest dat vrijheid en het goede leven viert.

Hoe kan het echt feest en feestelijk kan zijn, als er ondertussen mensen zijn die tekort komen in het gewone dagelijks nodige, eten, vrijheid, vrede, jezelf kunnen zijn.

Die dus niet mee kunnen doen in het feest.

 

Jezus, op weg naar het feest, ziet de man en loopt niet aan hem voorbij.

Zoals blijkbaar zoveel anderen wel doen, als die man daar al 38 jaar heeft gelegen.

‘Wil je gezond worden?’

Wat een vraag? Natuurlijk, wie zou dat niet willen?

Maar de man, na 38 jaar, zit zo vast in zijn ziekzijn, dat is zo met zijn zelfbeeld verweven,

dat hij op die vraag geen ‘ja’ kan zeggen, zich niet voor kan stellen of nog durft te hopen dat zijn leven er nog anders uit zou kunnen zien.

‘Het is zoals het is, zo ben ik nu eenmaal’.

Het ontslaat je van je verantwoordelijkheid en de zieke man schuift die ook af, de schuld ligt niet bij hem, immers: ‘ik heb niemand, geen mens, en er is altijd wel iemand me voor’.

In Betesda, het huis van barmhartigheid, is blijkbaar toch niet zoveel barmhartigheid,

ook daar is het haantje de voorste willen zijn, ellebogenwerk, de snelste die wint.

 

Maar Jezus laat de man niet in zijn verlamdheid liggen.

En dan klinkt 5 keer het woord ‘optillen’:

‘Sta op en til je mat op en loop.

En de man tilt zijn slaapmat op.

De joden vertellen hem meteen dat je op sabbat je slaapmat niet op mag tillen.

Maar zegt de man, degene die hem genezen heeft, heeft hem gezegd heeft zijn mat op te tillen.

Al kan hij geen naam noemen als ze hem vragen wie hem gezegd heeft zijn mat op te tillen.

 

‘Optillen’, een woord dat Johannes vaker gebruikt in zijn evangelie op belangrijke momenten.

Johannes de Doper noemt Jezus het Lam Gods dat de zonden van de wereld op tilt.

Bij de tempelreiniging tilt Jezus de tafels van de geldwisselaars in de tempel op.

De steen van het graf van de dode Lazarus wordt opgetild, en ook de steen voor het graf van Jezus zelf.

‘Optillen’, opgetild wordt dat wat blokkeert, neerdrukt, wat vast ligt of verlamt,

verleden dat je gevangen kan houden, verdriet.

Opgetild, waardoor nieuwe wegen zichtbaar worden, er nieuwe ruimte komt om te leven, nieuwe toekomst.

 

Naast het ‘optillen’ klinken nog twee veelzeggende Bijbelse woorden: ‘Sta op en wandel’.

Dat is natuurlijk veel meer dan gaan lopen.

‘Sta op en wandel’, dat is gaan en leven op de weg van God, van de Tora,

de wet die echt vrijheid geeft en niet zoals bij de joden beknot en gevangen houdt in tientallen regels en ge- en verboden.

‘Sta op en wandel’,

dat is opstaan en lachen en juichen en leven, zoals we in ons slotlied zullen bezingen.

Leven in Paaslicht, leven waarin mensen kunnen groeien en openbloeien.

 

Als de man genezen is, opgetild naar het leven, dan horen we, bijna terloops, dat het sabbat is, de 7e dag, de rustdag.

Daarin ligt het bezwaar van de joden.

Die blijkbaar niet door hebben dat de sabbat bij uitstek de dag is om opgetild te worden,

en zo onze zondag:

dag van bevrijding, oase in de soms zo drukke, jachtige week, dag om het geschenk van leven te vieren, voorproefje van de grote sabbat.

Alsof hij het wist, speelt organist Jelle er straks na de zegen over: ‘Eens komt de grote zomer.’

 

Als de joden ernaar vragen weet de man niet de naam van wie hem genezen heeft.

En misschien is het ook genoeg dat hij, die geen mens had, nu een méns is tegengekomen, een waar/echt mens: Adam.

Een mens naar Gods beeld, medemens.

‘Ik werk als mijn Vader’, antwoordt Jezus de joden: scheppend, herscheppend, leven scheppend.

Elkaar optillen, wie moedeloos, verlamd is.

Medemens zijn voor wie geen mens heeft.

 

Bethesda wordt toch nog tot een huis van barmhartigheid.

En het kan overal Bethesda zijn waar barmhartigheid gedaan wordt, boven regels en wetten hoe vroom die ook klinken.

Die barmhartigheid raakt ook ons vandaag aan en tilt ons op,

in brood en wijn.

Ontvangen om te delen, zodat niemand hoeft te zeggen: ‘ik heb geen mens’.

Maar kan opstaan en leven.

 

Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op
Zon 3 Oktober om 10:00 uur in De Toevlucht

Informatie bij deze dienst:


Voorganger: ds. A. Minnema
Ouderling van dienst: Wilma Ottenkamp


Zon 3 Oktober om 11:30 uur in

Informatie bij deze dienst:


Voorganger: Jeugdkerk