Agenda voor de komende week

di 22 mei 20:00 - 21:30
Cantorij - De Toevlucht


wo 23 mei 09:30 - 11:00
werkgroep pastoraat - De Toevlucht


wo 23 mei 20:00 - 22:00
(grote) wijkkerkenraad - De Toevlucht


do 24 mei 20:00 - 22:00
Rond de 30 kring - IJsvogelhof 18


Volgende kerkdienst

Eerstvolgende kerkdienst is op Zon 20 Mei om 10:00 uur in De Toevlucht
Informatie bij deze dienst:
Gezamenlijke viering in De Toevlucht, voorganger ds. G. van Herk. Zondag 20 mei, zondag Exaudi: Luister!, of: Zondag van de weeskinderen. De naam van deze zondag herinnert aan de belofte van Jezus voor zijn Hemelvaart: ‘Ik zal jullie niet als weeskinderen achterlaten’. Lezingen: Exodus 19: 1-11, Handelingen 1:12-26, Johannes 17: 14-26. KND Hemelvaart van Jezus. M.m.v. de Cantorij;
Predikant: Ds. A. Minnema

11 december 2011

Derde zondag van Advent.

Lezing Oude Testament Richteren 13,
Evangelielezing Johannes 3: 22-30,

‘Van wie ben je er eentje?’ dat is een vraag die je vroeger, of misschien nog steeds op een klein dorp, gesteld kan worden.
Als men wist wie je ouders waren, dan kon men je een beetje plaatsen, uit wat voor nest je komt.
Maar tegenwoordig gaat dat niet meer zo op.
Je kent als ouder niet meer alle ouders van de kinderen die bij jou kind in de klas zitten of op sport.

Ik weet niet of u wel eens kijkt naar de show van Jörgen Raymann, Zo Raymann, maar daarin doet hij het eigenlijk hetzelfde.
Raymann interviewt, verkleed als de Surinaamse tante Es in zijn show bekende Nederlanders, en hij begint altijd met de vraag: ‘Vertel eens mijn schat, vertel tante Es, wie is je vader, wie is je moeder?’.
En de bekende Nederlander vertelt dan de namen van zijn of haar ouders en hun beroep.
En daarmee leren we de BN-er zelf ook weer wat meer kennen.
Want wie jouw ouders zijn en de familie waar je uitkomt, zegt ook altijd iets over wie jij bent.
Wat je zwakke of gevoelige punten zijn, of je gemakkelijk praat over je gevoelens, of kunt omgaan met conflicten.
En misschien zelfs ook hoe je staat in het geloof en ten opzichte van de kerk.
Want ook al ben je zelf verder gegroeid en heb je misschien zelfs wat afstand genomen van je familie, bepaalde trekjes neem je toch over, of je wilt of niet.
Wie kent niet die momenten dat je opeens, tot je schrik misschien, bij jezelf ontdekt: ‘nu doe ik net als mijn vader altijd deed, of : ‘nu lijk ik precies m’n moeder’.

Als we die vraag aan Simson zouden stellen: ‘wie is je vader, wie is je moeder?’, dan zou zijn antwoord waarschijnlijk ongeveer als volgt zijn:
‘Mijn vader is Manoach, hij komt uit de allerkleinste stam van het land, de stam Dan.
En zijn naam betekent rust, je zou zelfs ook kunnen zeggen berusting, en dat klopt wel, mijn vader is een rustig mens, die maakt zich niet zo druk.
En mijn moeder…….. heeft geen naam, zij is onvruchtbaar.’

Manoach, uit de stam Dan en met die naam ‘berusting’, van hem moeten we waarschijnlijk niet al te veel van verwachten.
En zijn vrouw is onvruchtbaar, we horen het twee keer, dubbelop verteld.
Eerst door de schrijver : ‘zijn vrouw was  onvruchtbaar en had nooit kinderen gekregen’.
En, alsof het al niet pijnlijk genoeg is, zegt de engel die bij haar komt het ook nog een keer.
Maar daarna, horen we tot drie keer toe, dat zij zwanger zal worden en een zoon zal baren.
De engel zegt het twee keer en daarna de vrouw nog een keer tegen haar man.
En die zoon zal een bijzonder kind zijn, een Nazireeër, een aan God gewijde.
Dus, ook al kennen we haar naam niet, van deze vrouw mogen we toch wel iets verwachten.

Zijn moeder was onvruchtbaar, en toch is er een kind geboren: Simson.
Zijn geboorte staat daarmee in een lijn die door heel de Bijbel heenloopt.
De lijn van de wonderlijke geboortes, van onvruchtbare vrouwen die toch een kind krijgen.
Denk maar aan Abraham en Sara, aan Hanna de moeder van Samuël, Elisabeth, de moeder van Johannes de Doper.
En, hoewel het net even anders ligt, mag je in die rij van wonderlijke geboortes ook Maria zetten, de moeder van Jezus.
Een lijn van wonderlijke geboortes, niet door mannelijke potentie, vruchtbaarheid en kracht, maar een op onverwachte wijze, door God geschonken kind.

Niet alleen wonderlijke, maar ook lastige verhalen kunnen het zijn, voor wie zelf, ongewild kinderloos is en bij wie geen engel op bezoek komt.
Maar daarbij moeten we bedenken, bij deze verhalen, dat de Bijbel veel meer wil vertellen dan dat de natuur hier even op z’n kop wordt gezet.
Het gaat hier, bij deze wonderlijke geboorteverhalen, niet over biologie, maar over theologie, deze verhalen zijn geloofstaal.
Onvruchtbaar zijn, geen kind, geen zoon hebben, betekende in die tijd in bijbelse taal: geen toekomst hebben.
Niet alleen kunnen kinderen voor je zorgen als je oud geworden bent, in die tijd toen er nog geen AOW en pensioenvoorzieningen waren.
Maar in je kinderen leef je ook verder, wordt de lijn van je familie, je geslacht van het volk voortgezet.
En: ieder kind kon de verwachtte Messias zijn.
De belofte van een zoon betekent in de Bijbel steeds de belofte van toekomst, dat het verhaal, ook Gods verhaal met het volk verder zal gaan, dat er toekomst zal zijn.

Als dus verteld wordt dat een vrouw onvruchtbaar is, dan vertelt de Bijbel daarmee dat de toekomst lijkt afgesloten, dat er geen toekomst is, voor de vrouw en haar man, maar daarin voor het volk Israël.
Voor deze onvruchtbare vrouw in ons verhaal vandaag, naamloos, kunnen we de naam van het volk Israël invullen, het volk Israël dat onvruchtbaar, toekomstloos is.
Want: ‘weer deden de Israëlieten wat slecht was in de ogen van de Heer’.
De Israëlieten worden onderdrukt door de aartsvijand, de Filistijnen, en de Filistijnen staan voor alles wat het volk van God niet is,
het zijn de ‘onbesnedenen’, een hebreeuws scheldwoord, ze houden zich niet aan de wet, ze maken geen onderscheid tussen goed en kwaad, bij de Filistijnen geldt alleen macht en kracht, en de zwakken worden daar de dupe van.
Dat is het volk dat de Israëlieten onderdrukt, veertig jaar lang.
En, in tegenstelling tot de andere verhalen in Rechters, lezen we ook niet eens dat het volk Israël  tot God om hulp roept.
Blijkbaar hebben ze zich erbij neergelegd, bij de onderdrukking, berusten ze erin.
Blijkbaar hebben ze de hoop opgegeven dat het nog anders kan, verwachten ze niets meer, geen verandering, geen nieuw begin, zelfs niet meer van God.

Niet alleen de vrouw, onvruchtbaar en zonder toekomst staat voor het volk Israël, maar blijkbaar ook haar man: Manoach, de beruster.
In hen beiden kunnen we het volk Israël herkennen.
Maar herkennen we misschien, meer dan we zouden willen, ook onszelf in hen?.
Herkennen we misschien de berusting ten opzichte van de wereld waarin wij leven?
Dat gevoel dat het wel nooit echt anders, beter zal worden?
Berusten wij er ook in, in de stroom van de tijd, de economische crisis, zappen wij misschien ook liever maar weg als wéer bij Pauw en Witteman een deskundige probeert uit te leggen dat opnieuw de 4e of 5e en nu echt allerlaatste Europtop nu dan echt oplossing voor de financiële crisis zal brengen,
of juist weer zal mislukken.
Want wat kun je er ook aan doen als gewoon, klein mens, ze doen toch maar al die regeringsleiders, we worden toch geregeerd door Europa, of misschien meer nog door de financiële wereld.
En berusten wij er ook in als weer stukken natuur moeten worden ingeleverd, als de toegestane snelheid wordt verhoogd ten koste van de luchtverontreiniging, als er weer wordt bezuinigd op de zorg of op het onderwijs, als opnieuw de beelden van honger en armoede aan ons voorbijtrekken in het journaal?
Wat kun je er aan doen? en ach, het zal onze tijd wel duren.

Hebben wij nog toekomst?
Verwachten wij nog dat het anders kan, in de samenleving, in de wereld, of zal het wel altijd hetzelfde, bij het oude blijven?
Is er toekomst, is er straks nog een leefbare wereld voor onze kinderen en kleinkinderen?
Of denken we daar maar niet al te veel over na?
En probeer je het voor je eigen kleine kring, je gezin, familie, dan maar zo goed en gezellig mogelijk te houden?

Het zijn de weken van Advent, weken van verwachten, en natuurlijk, we verwachten het kerstfeest, het verhaal van de geboorte van het kind Jezus, de mooie vieringen, gezelligheid.
Maar overstijgt onze verwachting die twee feestdagen?
We verwachten de komst van Gods licht in de wereld, zoals die eens heeft plaatsgevonden, zo’n 2000 jaar geleden in Bethlehem, in de geboorte van Jezus.
Maar het vieren daarvan, straks in die 2 dagen met kerst, is niet alleen een vieren van iets dat lang geleden is gebeurd,
maar is ook het vieren  en daarmee verwachten dat dat steeds weer kan gebeuren.
Dat wij steeds opnieuw Gods Licht mogen verwachten, ook ná Kerst.
Dat steeds opnieuw God naar ons toekomt, en onze verwachtingen van hoe het wel weer zal gaan, doorbreekt.
God die onze berusting doorbreekt, dat we eigenlijk niets meer verwachten, dat we het wel goed vinden zo, en ons erbij neerleggen hoe het toch altijd gaat.
Dat God daarin naar ons toekomt, en ons aanspreekt en een nieuw begin maakt.
Zijn deze weken van Advent ook niet om ons dat weer te leren, om te leren verwachten?

Heel de Bijbel staat vol van verhalen die vertellen hoe in een donkere, troostloze situatie God een nieuw begin maakt.
Een engel die komt, zoals hier bij de vrouw, bij Zacharias in de tempel, bij Maria in haar huis.
Of een profeet die het Woord van God laat klinken en een nieuwe weg wijst, niet voor niets lezen we in de advent en kersttijd veel teksten uit Jesaja.
Zouden wij die engel of die profeet herkennen, als die langskomt en ons in onze berusting en onvruchtbaarheid en toekomstloosheid aanspreekt?

Houden wij er nog rekening mee dat er iets van de andere kant, van Gods kan, kan komen, of hebben we eigenlijk het gevoel dat we in deze wereld aan onszelf zijn overgelaten?
En dat daarin wel niet veel zal veranderen.

In dat donkere, berustende gevoel, daar breekt God in, en gebeurt iets onverwachts.
In de onvruchtbare vrouw groeit een kind, in de uitzichtloosheid gloeit toekomst op.
De moeder beseft het meteen, maar de vader kan het eigenlijk niet geloven, wil het nog een keer horen, heeft nog vragen. En ik denk dat we dat wel kunnen begrijpen, zijn onrust en aarzeling, want verandert er ooit wel eens echt iets in de wereld?
Af en toe staat er iemand op waarvan we veel verwachten, denk aan de verkiezing van Obama, maar ook hij krijgt al weer veel kritiek en veel Amerikanen zijn teleurgesteld in hem vanwege de traagheid van veranderingen.
De revoluties in Noord-Afrika, brengen ze werkelijk verbetering voor de mensen?
En de afgelopen weken zagen we de demonstraties en de tenten van de Occupybeweging bij banken en beurzen.
Een beweging die opriep tot verandering in de financiële wereld, inspirerend en hoopvol verspreidde het zich over allerlei landen.
Maar inmiddels zijn we een aantal weken verder, tenten zijn weer opgeruimd en je hoort  er weinig meer van.

Leggen we ons erbij neer, berusten we er maar in, of durven we nog te blijven verwachten dat het anders kan?
Dat je zelf anders kunt zijn en doen, dat je je niet neer hoeft te leggen bij: ‘zo ben ik nu eenmaal’,
maar dat geldt dan ook voor die ander, die je geen etiket op mag plakken van: ‘hij is of doet altijd zo en zal wel nooit veranderen’.
Verwachten we nog dat het anders kan in onze samenleving en in de wereld?
Dat de sfeer kan veranderen, verbeteren, dat kloven overbrugd kunnen worden en begrip en verbondenheid kan groeien tussen bevolkingsgroepen.
Verwachten we nog iets van de kerk die steeds kleiner wordt en van minder betekenis is,
en van onze gemeente, verwachten we nog dat er verandering, vernieuwing kan komen.
Hoe misschien in het klein ook.
Of doen we die hoop af als naïef en idealisme?

Verwachten wij nog toekomst en willen en kunnen wij ons vruchtbaar daarvoor inzetten?

De vrouw, nu vol verwachting, krijgt een zoon en ze noemt hem Simson: zon, of zonnestraal.
Dit kind is haar zonnetje in huis, maar meer nog staat hij voor het licht dat God brengt in de donkere situatie van Israël.
Hij zal een begin maken met de bevrijding van Israël.
En na Simson komen er koningen en profeten, en daarna Johannes de Doper en Jezus,
steeds weer nieuw begin van Godswege.
En in dat spoor mogen wij verder gaan.

Dat is Advent, en niet alleen deze vier weken voor Kerst:
Verwachten, openheid, dat er zomaar iets nieuws kan gebeuren, dat het anders kan gaan dan het steeds maar lijkt te gaan.
Dat ik, dat die ander, kan veranderen, groeien.
Dat het in de samenleving anders, beter kan, dat in de kerk vernieuwing mogelijk is.
Hoe misschien in het klein ook.
Gods schept nieuw begin, nieuw licht.
Verwachten wij en laten we ons daarin meenemen?
Of houden we onze deur, ons hart daarvoor gesloten en sturen we de engel aan ons leven voorbij?

U bevindt zich hier: Home De Dominee Preken 11 december 2011