Zondag 27 november 2011
- Gegevens
Laatst bijgewerkt op woensdag 30 november -0001 00:19
Wij lezen deze weken uit het boek Rechters, in de vorige vertaling Richteren.
De verhalen uit dit boek spelen in de eerste eeuwen als het volk Israël in het beloofde land woont. Het volk blijft daarbij niet trouw aan God, maar steeds gaat het andere goden dienen, men doet wat hen zelf goed vindt, dat leidt tot chaos en onderdrukking.
Er is nog geen koning die regeert, de rechters zijn de voorlopers van de koning.
De rechters bevrijden steeds het volk van de onderdrukking, waardoor het volk weer even rust heeft, totdat het opnieuw in oude fouten vervalt.
Vandaag lezen wij over Debora en Barak, we horen het lied dat Debora zingt na de overwinning op de vijand die jarenlang het volk heeft onderdrukt.
Het lied vertelt opnieuw het verhaal van de strijd en de overwinning.
Debora gaat voorop in de strijd, de vijandelijke legeroverste Sisera wordt uiteindelijk door ook een vrouw, Jaël, gedood.
Lezing Oude Testament Rechters 5,
Evangelielezing Marcus 13 : 33 – 37,
Advent, verwachting, uitzien naar de geboorte van een kind.
Ieder die kort of langer geleden ‘in verwachting’ is geweest, moeder en vader, kan zich daar denk ik heel wat bij voorstellen, bij verwachting.
De roze wolk, gevoelens van liefde en tederheid, ook van spanning en misschien onrust en onzekerheid vanwege de verantwoordelijkheid die op je afkomt, maar toch vooral hoop, verbondenheid al met dat kindje dat er nog niet is, verlangen.
Al dat soort mooie gevoelens horen ook bij deze komende weken van Advent als we toeleven naar Kerst.
De verwachting groeit, de straten, huizen en huiskamers worden langzamerhand steeds meer gevuld met lichtjes,
eerst nog even Sinterklaas maar daarna zullen de kerstliedjes weer klinken in de winkelstraten, kerstconcerten worden voorbereid en uitgevoerd, zingend van gloria en vrede op aarde.
De weken van Advent en Kerst zijn weken van hoop en verwachting, van geborgenheid en gezellige familiesfeer.
Tenminste, als je de rijkdom kent van geliefden om je heen, goede sfeer in gezin en familie en als je ook materieel en financieel niet al te grote zorgen hebt.
In die zin kunnen deze weken voor Kerst en de Kerstdagen ook confronterende, pijnlijk lege en eenzame weken zijn.
Maar toch deze weken van Advent, op weg naar Kerst, proberen we warmte en gezelligheid, sfeer en geborgenheid de boventoon te laten voeren.
En in die sfeer lezen we deze weken in de kerk uit het boek Rechters, Richteren in de vorige vertaling.
Verhalen waar het bloed van af spat, zo kun je dat gerust zeggen.
Gevechten, afslachtingen, moordpartijen zijn in bijna elk hoofdstuk aan de orde.
In het vorige hoofdstuk wordt heel beeldend verteld hoe de rechter Ehud de koning van Moab vermoord door een kort zwaard in zijn dikke buik te steken, waarbij de vetkwabben het handvat omsluiten.
En in het verhaal van vandaag, van Debora en Barak, hebben we gehoord dat Jaël zich gastvrij en liefhebbend voordoet, maar de legeraanvoerder Sisera, als hij slaapt, vermoordt door een tentpin door zijn hoofd te stoten.
Dat zijn de verhalen waar wij het deze adventweken mee moeten doen, waarmee we naar Kerst zullen toeleven.
Niet bepaald gezellig, warm en sfeervol.
Toch moet je zeggen dat was blijkbaar de wereld van toen, de tijd van de Rechters,
maar is het niet ook de wereld van nu en ook de wereld waarin het kind Jezus is geboren.
Zijn het niet eigenlijk beelden van alle tijden.
In de tijd van en na Jezus geboorte, de tijd van de Romeinse overheersing gebeurden gruwelijke dingen, opstanden werden bloedig neergeslagen,
in 70 na Christus werd Jeruzalem en de tempel verwoest, de vervolgingen ontstonden van christenen en van iedereen die zich niet aan de Romeinse overheersing wilde overgeven.
We kennen de namen van de wrede Romeinse keizers.
En zo is het de eeuwen doorgegaan, met oorlogen, gruwelijkheden, op steeds grotere schaal.
Tot in onze eeuw, en nu zien we de beelden uit Egypte waar opnieuw tientallen betogers worden gedood.
Syrië waar inmiddels duizenden mensen gedood zijn, Libië waar jarenlang gruwelijkheden hebben plaatsgevonden,
Afghanistan met kapotgeschoten steden, zoveel onschuldige burgerslachtoffers,
en in zoveel landen terreuraanslagen, zelfmoordacties die tientallen slachtoffers eisen.
Dat is de wereld waarin onze kinderen geboren worden.
Dat is de wereld waarin wij in deze Adventsweken naar Kerst toeleven.
Natuurlijk wil je de roze wolk na de geboorte van je kinderen zo lang mogelijk vasthouden, maar je weet dat je je ogen niet kunt sluiten voor de werkelijkheid.
En dat dat de wereld is waar je kinderen in opgroeien.
Natuurlijk mogen we uitzien naar het licht en ons daarin koesteren, straks met Kerst,
maar het is een donkere wereld waarin Jezus geboren is, waarin wij leven en Kerst vieren.
Dus Rechters, deze komende adventsweken, met die gruwelijke verhalen die steeds weer opnieuw werkelijkheid worden in de geschiedenis.
Rechters, het boek Richteren in de vorige Bijbelvertaling.
Geen puur geschiedenisboek, maar veel meer een theologisch boek, geschreven jaren later in de tijd van de ballingschap, als het volk Israël naar Babel is weggevoerd.
Het is een terugblik op de eerste eeuwen nadat het volk Israël vanuit de lange, veertig jaar durende woestijn het beloofde land is binnengetrokken.
Die eerste eeuwen als er nog geen koning is in Israël.
In de Hebreeuwse bijbel hoort het boek Rechters bij de profetenboeken.
Met profetische blik wordt beschreven hoe het volk steeds weer afdwaalt van God, vreemde goden gaat dienen en onheil over zichzelf afroept.
Maar ook dat er verlossing en bevrijding is voor het volk als het zich weer omkeert naar God.
En dat is dan ook de cyclus die steeds weer te lezen is in het boek Rechters:
De afvalligheid, afgodendienst van het volk, onderdrukking door een vreemde macht,
het volk dat weer tot God gaat roepen, en een rechter die opstaat en het volk bevrijdt.
En daarna volgt een periode van rust.
Totdat opnieuw het volk doet wat slecht is in de ogen van God, een telkens terugkerend refrein.
Twaalf rechters treden er op in die eerste eeuwen in het beloofde land.
Geen toevallig getal natuurlijk: 12, zoals er 12 stammen zijn naar de 12 zonen van Jakob.
Er is wat discussie of Richteren misschien toch een betere benaming was, omdat een rechter meer doet dan aleen rechtspreken.
Een rechter/richter is een tijdlang de leider van het volk, soms een militair, soms een priester of profeet zoals Debora.
Deze rechters spreken niet alleen recht, maar hebben ook een politieke functie, ze treden op en besturen en leiden het volk en het land bij gebrek aan een koning.
Dat horen we als een steeds terugkerend refrein in het boek:
‘Er was in die tijd geen koning in Israël’, en ‘iedereen deed wat goed was in zijn ogen’.
En als iedereen maar doet wat goed is in eigen ogen, en dus niet de wet van God, en niet ook het belang van anderen in het oog houdt, levert dat wanorde op, en chaos en geweld.
In die situatie treedt Debora op.
Haar naam is veelbelovend, want die betekent honingbij en ook hoor je erin het hebreeuwse woord dabar, dat tegelijk woord en daad betekent.
Debora, als profetes en rechter, staat voor het zoete woord, de goede woorden van Godswege.
Zij spreekt en doet recht volgens Gods wet.
Debora is de enige vrouwelijke richter, blijkbaar laten de mannen van die tijd het afweten.
Het is de tijd dat de koning van Kanaän met harde hand regeert in Israël, met zijn legeraanvoerder Sisera.
Dan neemt Debora het initiatief tot de strijd, ze stuurt Barak om de vijand aan te vallen, maar die is bang en angstig en durft het alleen aan als Debora mee gaat.
Niet alle stammen van Israël doen mee in de strijd, de stam Ruben blijft maar overleggen,
de stam van Dan blijft bij zijn schepen, Aser verlaat zijn havens niet.
Dit keer is het niet de mannenmachomacht die de overwinning zal behalen.
In het lied van Debora wordt bezongen hoe de sterren aan de hemel meestrijden en de vijand door het water wordt meegesleurd.
Eigenlijk wordt er nauwelijks gevochten, het is God zelf die paniek zaait en de vijand vlucht en wordt verslagen.
Alleen de legeraanvoerder Sisera kan ontkomen en vluchten en hij komt bij de tent van Jaël, die hem gastvrij ontvangt, melk geeft en hem verwent,
maar als Sisera slaapt slaat ze met een hamer een tentpin door zijn slaap en splijt zijn hoofd.
Het wordt op een gruwelijke manier beschreven, tot 3 keer toe, alsof er geen misverstand over mag bestaan hoe Sisera aan Jaël haar voeten valt en bezwijkt en blijft liggen, verpletterend verslagen, door een vrouw, Jaël in alle koelbloedigheid.
Een gruwelijke dood, waar je rillingen van krijgt.
En waarbij toch ook de vraag opkomt: mag je zo wel met mensen om gaan, hoeveel ze ook op hun geweten hebben?
Dat had toch ook anders gekund?
Sisera had gevangen genomen kunnen worden en berecht.
Maar Jaël wordt om haar heldendaad geroemd, ze wordt bezongen als de beste, de gezegende onder de vrouwen.
‘Geloofd zij Jaël, de beste aller vrouwen.’
Een titel die maar 3 keer in heel de bijbel voorkomt, hier bij Jaël,
bij Judith die de tiran Holofernus met zijn eigen zwaard onthoofd en daarmee een einde maakt aan onderdrukking, ook voor haar klinkt: ‘gezegend bent u onder alle vrouwen’,
en precies zo bij Maria, als ze, zwanger, haar nicht Elisabeth ontmoet.
Met Maria de moeder van Jezus wordt Jaël met haar gruwelijke daad op één lijn gesteld:
‘gezegend onder alle vrouwen’.
Dat komt toch vreemd op ons over?
Is dat niet de reden waarom mensen soms zoveel moeite hebben met het Oude Testament, dat er zoveel gruwelijkheden in voor komen, gevechten en oorlogen waar God in mee doet en zelfs goedkeurt,
slachtpartijen zoals in dit verhaal, niet één soldaat bleef er in leven, staat zelfs beschreven.
En dan die wrede moord op de legeroverste Sisera door Jaël, waarvoor ze in het lied van Debora geprezen wordt als een heldin en haar daad als een heldendaad.
Dat geeft toch een ongemakkelijk gevoel?
Moord die zo verheerlijkt wordt.
Past dat wel in de bijbel?
Past dat wel bij God die liefde is?
Maar hoe hebben wij gekeken naar de dode Khaddaffi, enkele weken geleden, zijn bebloede, waarschijnlijk vermoordde lichaam?
Of de foto bij het bericht van de dood van Osamen Bin Laden.
En een aantal jaren geleden naar de executie van Saddam Hoessein.
Natuurlijk, rationeel vinden we dat zij beter eerlijk berecht had kunnen worden, en dan het liefst bij het Internationale strafhof in Den Haag, maar gevoelsmatig?
Bij het zien van die beelden van die dode tirannen, toch een gevoel van opluchting en gerechtigheid, hun verdiende loon, leedvermaak?
Terwijl wij nog niet eens onder die tirannen hebben geleefd.
Dat is het eerste wat je, denk ik, hierbij moet zeggen, dat wij niet in zo’n situatie leven, van gewelddadige onderdrukking, van angst, van jarenlange onzekerheid over verdwenen familieleden,
zoals het volk Israël ten tijde van Debora en Jaël, zoals nu de Libiërs, de Egyptenaren, de Syriërs.
Het is misschien wat al te gemakkelijk om daarover te oordelen vanuit ons comfortabele leventje op veilige afstand.
En ja, God is liefde en wil het goede leven voor mensen.
Maar de andere kant van liefde is ook dat je af en toe grenzen moet stellen, eigenlijk zoals Jaël doet en letterlijk met de tentpin een punt zet: tot hier en niet verder.
Dat het op moet houden met de onderdrukking, met de martelingen, met het mensonterende verkrachten.
Ja, ook Kaddhaffi was een mens, een vader, een zoon, ook Saddam Hoessein, ook Osama bin Laden, ook legeraanvoerder Sisera had een moeder.
We kijken nog even met haar mee, als ze uitkijkt en wacht op de terugkeer van haar zoon.
En natuurlijk zal ze verdriet hebben als blijkt dat haar zoon vermoord is.
Maar de manier waarop ze zich met hem vereenzelvigt en zich voorstelt hoe hij zijn schatten verdeelt, mooie stoffen mee zal nemen en vrouwen, meisjes neemt, dat geeft je toch ook de rillingen.
Die praktijken moeten worden gestopt.
Toen en nu, in Israël mannen als Sisera en nu de onderdrukkers van onze tijd.
Is geweld geoorloofd om onderdrukking en verkrachting te stoppen, om bevrijding en vrijheid te verkrijgen?
Mag je in de strijd zeggen dat God aan je zijde staat?
Het is een vraag van alle tijden.
En misschien is er wel niet echt een goed antwoord op die vraag.
Maar om menselijkheid te bereiken zal onmenselijkheid gestopt moeten worden.
Om tirannen en onderdrukkers te stoppen zullen hun tronen neergehaald moeten worden.
Om vrede en vrijheid een kans te geven zal oorlog en onderdrukking een halt toegeroepen moeten worden.
Het lied van Debora eindigt met het gebed dat degenen die God liefhebben onstuitbaar zullen zijn als de opgaande zon.
Het is de wens dat, hoe donker de wereld en de tijden ook zijn, hoe wreed ook de machthebbers,
dat toch het licht sterker zal zijn, dat liefde en vrede en gerechtigheid voor alle mensen uiteindelijk zal heersen.
En dat er mensen zijn, altijd weer, in alle tijden, die zich daarvoor inzetten.
Degene die ons op die weg voorgaat, dat is de Koning naar wie wij deze weken van Advent uitzien en op zoek zijn.
Zoals eens Debora: Gods Woord en Daad van liefde en gerechtigheid.

