Themadienst huwelijk/relaties in de bijbel
- Gegevens
Laatst bijgewerkt op dinsdag 17 februari 2009 20:34
Eind jaren 90 is er een brochure uitgekomen vanuit de – toen nog - samen op weg kerken, een handreiking voor het pastoraat, met de titel: ‘Relaties in verandering’.
Ik denk dat die titel treffend aangeeft wat er de afgelopen tientallen jaren is gebeurd en is verschoven als het gaat over het denken over en vorm geven van relaties.
Daarvoor lag het eigenlijk wel vast: het ideaal was het huwelijk en als dat er niet van kwam was je een oude vrijster of een moederskind dat bij z’n moeder bleef wonen en was er toch wel iets ‘vreemds’ met je aan de hand.
Maar dat vastliggende ideaal is de laatste tientallen jaren verschoven.
De brochure ‘Relaties in verandering’ uit 1998 schrijft daarover:
‘Meer dan ooit trekken mensen verschillend met elkaar op: gehuwd of ongehuwd, alleengaand of samenwonend, homoseksueel of lesbisch. Er bestaat een grote mate van aanvaarding van die verschillende relatievormen buiten en binnen de kerken. De eigen verantwoordelijkheid van mensen staat in onze tijd hoog aangeschreven, vergeleken met vroeger toen de samenleving en de kerk bepaalden wat wel en wat niet door de beugel kon.’
Ik denk dat we die verschuiving wel herkennen.
Deze week nog zei iemand die voor haar huwelijk enkele jaren heeft samengewoond:
“Mijn vader zei pas nog: 20 jaar geleden had ik dat nooit goed gevonden en nu ben ik toch ook daarin meegegaan.”
Ik denk dat ouders van nu-volwassen kinderen dat wel herkennen, 20, 30 jaar geleden was je daar niet blij mee geweest als je kinderen waren gaan samenwonen of vertelden homoseksueel te zijn of te gaan scheiden.
Was er misschien zelfs ruzie en verwijdering over ontstaan – daar vertellen mensen soms schrijnende verhalen over.
En nu accepteer je het, van je kinderen, of kleinkinderen.
Wat niet wil zeggen dat je er niet ook nog wel moeite mee hebt.
Een vraag die daarbij in kerkelijke gesprekken over dit onderwerp natuurlijk naar voren komt, is: wat zegt de bijbel hierover?
Kan de bijbel ons hierin, in het denken over relaties, een weg wijzen?
Dat is ook meteen het tweede hoofdstuk in de genoemde brochure en in veel brochures en boeken hierover: wat zijn de bijbelse noties over huwelijk, relaties, homoseksualiteit?
Voordat je daarover iets kunt zeggen moeten we wel bedenken dat wij in een andere tijd en cultuur leven dan de bijbelse tijd.
En dat onze opvattingen over relaties en die in de bijbel tijdgebonden zijn, dat ze ontstaan in een bepaalde tijd en cultuur en d?arvoor, voor die tijd en cultuur, betekenis hebben.
Opvattingen en regels ontstaan in een bepaalde context en hebben een bepaalde reden en belang in de tijd waarin ze ontstaan en dat kan veranderen en verschuiven door de tijd heen.
Zoals wij nu niet meer iemand stenigen na overspel, vrouwen niet meer gebieden lang haar te hebben of te zwijgen in de gemeente.
Of zoals in de Efezetekst van vanmorgen om ontzag te hebben voor de man die het hoofd is van zijn vrouw.
Die tijd en cultuurgebondenheid geldt ook voor relaties, waarbij we ook nog moeten bedenken dat de bijbel maar zo her en der uitspraken over deze thema’s doet en we het vaak moeten hebben van toevallige, zijdelingse vermeldingen.
De bijbel geeft geen eenduidige relatie-ethiek die rechtstreeks uit teksten is af te leiden, al heeft men dat in de geschiedenis van de kerk wel zo gedaan.
Een voorbeeld is ook weer de Efezetekst die we vanmorgen gelezen hebben.
Deze tekst heeft in de kerkelijke geschiedenis, in het kerkelijk recht en liturgie m.b.t. het huwelijk, een grote rol gespeeld.
Maar deze tekst doet helemaal geen uitspraken over de status van het huwelijk, maar wil veel meer zeggen over hoe gehuwde christenen met elkaar om moeten gaan:
elkaar liefhebbend met als voorbeeld de verhouding van Christus tot de kerk.
Wat we ook moeten bedenken voordat we kunnen gaan kijken naar was de bijbel zegt over huwelijk en relaties, is dat ons begrip van huwelijk een heel andere is dan in de bijbelse tijd.
Bij ons gaat het over een vrijwillig gekozen huwelijk, twee mensen die daar zelfstandig voor kiezen, uit liefde.
Zoals we dat als algemeen verschijnsel eigenlijk nog maar pas kennen sinds de 19e eeuw.
In de bijbelse tijd waren er anderen bij betrokken, al als kinderen werden meisjes uitgehuwelijkt om als tieners met elkaar te trouwen.
Vanwege een bepaald belang, werd een vrouw voor je gekozen als man, daar had je zelf weinig in te zeggen.
Bijvoorbeeld, een knecht van Abraham gaat voor Isaäk op zoek naar een vrouw in het land waar Abraham vandaan komt.
De knecht komt terug met Rebekka, Isaäk neemt haar tot zijn vrouw en daarn?, - gelukkig maar -, gaat hij van haar houden.
Het is daarbij ook wel duidelijk dat ook de verhouding tussen man en vrouw heel anders ligt dan in onze tijd.
Vrouwen moesten hun man aanspreken als ‘heer’, net als slaven en het woord ‘huwen’ komt van dezelfde werkwoordstam als ‘eigenaar worden’.
Denk ook maar aan het 10e gebod over niet begeren, de vrouw wordt daar op één lijn gezet met het huis, slaaf, rund en ezel, - bezit dus.
Daarbij was het ook heel gewoon, (Deuteronomium 21: 15-17) vooral voor de rijken, om als man meerdere vrouwen te hebben.
Abraham was getrouwd met Sara en Hager en had ook nog bijvrouwen, Jakob had 2 vrouwen: Lea en Rachel en ook nog bijvrouwen, koningen hadden vaak veel vrouwen en nog meer bijvrouwen, waarbij natuurlijk Salomo de kroon spant: 700 vrouwen en 300 bijvrouwen.
Tot in de 6e eeuw na Christus wordt in de joodse geschriften polygamie toegestaan, hoewel de meningen daarover verdeeld waren.
De belangrijkste taak van de vrouw daarbij was het krijgen van kinderen, het liefst zonen vanwege het belang van het voortbestaan van de familie.
Onvruchtbaarheid werd als een vloek gezien, pas als moeder telde een vrouw echt mee.
Wat niet wil zeggen dat liefde niet belangrijk was, gelukkig hebben we ook het bijbelboek Hooglied.
Ook in het nieuwe testament lijkt polygamie, het hebben van meerdere vrouwen, nog als mogelijkheid te worden gezien, anders had in enkele teksten (1 Timotheus 3:2,12 Titus 1:6) niet zo nadrukkelijk te hoeven staan dat diakenen, opzieners en oudsten een man van 1 vrouw moeten zijn.
Pas in de 11e eeuw klinkt het verbod hiertoe.
We zien in de bijbelse teksten ook tegenstrijdige opvattingen als het gaat over het huwelijk.
We lezen bijv. dat Abraham getrouwd was met zijn halfzuster (Genesis 20: 12) en dat wordt niet als probleem benoemd, maar elders (Lev. 18: 9, 20:17 , Deut. 27:22) wordt dat streng afgekeurd.
Ook in de christelijke wereld kende men broer en zus huwelijken, pas in de 4e eeuw lezen we van een verbod daartoe.
Een ander voorbeeld van zo’n tegenstrijdigheid: Jakob was getrouwd met twee zusters: Lea en Rachel wat geen probleem is, maar elders in de bijbel (Leviticus 18:18) wordt dat verboden.
Nu gaat het natuurlijk niet om allerlei spitsvondigheden en om de bijbel te betrappen op tegenstrijdigheden, maar wel om het besef dat we niet een eenduidige relatie-ethiek uit te bijbel kunnen halen die we zo over kunnen zetten naar onze tijd.
Dat we niet zomaar onze opvattingen en normen m.b.t. het huwelijk zo uit de bijbel kunnen halen.
Terwijl dat wel lang is geprobeerd in de geschiedenis van de kerk.
In veel beschouwingen over het huwelijk en ook in huwelijksformulieren wordt de bekende tekst uit het 1e scheppingsverhaal aangehaald: (Genesis 1: 27, 28)
‘God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem, man en vrouw schiep Hij hen. En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk……..’.
Met daarbij het tweede scheppingsverhaal (Genesis 2: 18-25) wordt vanuit deze beide teksten het model van een monogaam en levenslang huwelijk als een door God ingestelde inzetting gepresenteerd.
Dit wordt door de vertaling uit 1951 nog in de hand gewerkt, waar sprake is van man en vrouw wordt al gauw gedacht aan een paar, maar eigenlijk staat er wat de nieuwe bijbelvertaling weergeeft: ‘mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen.’
Met andere woorden: de mensheid heeft twee gezichten, een vrouwelijk en een mannelijk,
- misschien mag je zelfs zeggen dat ieder mens een mannelijke en een vrouwelijk kant in zich heeft, - .
In die tweeheid van de geslachten is de mogelijkheid gegeven dat de mens zich voortplant en Gods schepping voortgang vindt.
Vruchtbaarheid, kinderen en met name zonen waren in de bijbelse tijd van groot belang voor het voortbestaan van de familie en het familiebezit en voor een goede oudedagsvoorziening van de ouders.
Een gedachte die in onze tijd niet meer van toepassing is.
Over een huwelijk en zeker een monogaam huwelijk, wordt hier nog niet gesproken.
Een nog grotere rol als argument voor de instelling van het huwelijk door God wordt toebedeeld aan het tweede scheppingsverhaal: Genesis 2 (18-25).
En omdat vrijgezellen in het oude Israël zeldzaam zijn geweest, mag je aannemen dat hier het beeld van een huwelijk aan ten grondslag ligt, maar het thema van dit gedeelte dat we vanmorgen ook hebben gelezen is toch vooral: de vreugde om de menselijke ontmoeting en het niet-alleen zijn.
Aan de hand van de man-vrouw relatie is hier het thema van mens en medemens aan de orde: de mens als helper hem tegenover.
Waarvan we dan in Genesis 4 de negatieve kant zien: de mens die weigert zijn broeders hoeder te zijn.
Ik denk dat je moet zeggen dat deze beide teksten uit Genesis 1 en 2 worden overvraagd als je op grond hiervan een van Godswege gegeven instelling van het huwelijk wilt aantonen.
Het huwelijk was in de bijbelse tijd vooral een burgerlijke, juridische aangelegenheid.
Bij de eigenlijke huwelijkssluiting, waarbij soms ook een schriftelijke contract werd opgesteld, sprak de man uit: ‘zij is mijn echtgenote en ik ben haar man van nu af tot in eeuwigheid’ en daarmee was het huwelijk gesloten.
Eigenlijk kent het bijbelse hebreeuws ook geen woord voor huwelijk, er was sprake van ‘nemen’ en ‘weggeven’, veel meer dus een ceremonie van overdracht van de vrouw van het ene naar het andere huis.
Er was ook geen sprake van een godsdienstige plechtigheid, pas in de 2e eeuw na Christus is er sprake van dat er een priester aanwezig is om het contract mee te ondertekenen.
Wel zijn er bijbelteksten die vertellen dat haar familieleden de vrouw bij het verlaten van haar ouderlijk huis zegenen, met name met het toewensen van veel kinderen (Genesis 24: 60).
Wat echtscheiding betreft: dit was mogelijk, een man kon een vrouw verstoten, om allerlei redenen, sommige teksten spreken al over verstoting vanwege het laten aanbranden van het eten.
Het verbod tot echtbreken gold alleen voor de man, niet zoals onze opvatting van echtscheiding, maar als verbod aan de man om de ‘echt’ van een ander te breken, dus om het aan te leggen met een getrouwde vrouw.
Het spreken over huwelijk en relatie in het nieuwe testament ligt in de lijn van de ontwikkelingen in het oude testament.
In die zin dat bij de eerste christengemeenten het huwelijk nauwelijks nog interessant was omdat men immers de spoedige wederkomst van Jezus verwachtte.
De belangrijkste boodschap was de prediking van het Koninkrijk van God en vragen mbt het huwelijk waren dan ook niet belangrijk.
In Gods toekomst zou er immers geen huwelijk meer zijn.
Pas in de loop van het nieuwe testament, als blijkt dat de wederkomst langer uitblijft, worden vragen rond het huwelijk weer belangrijker en de jonge christenen zoeken hun antwoorden dan vooral in het oude testament.
Waarbij ook een houding gezocht moet worden tegen de invloeden vanuit de Griekse en Romeinse wereld, waarin een tijdlang tegenstand tegen het huwelijk was en het lichamelijk werd ondergewaardeerd en men juist pleitte voor onthouding en ascese.
Terwijl op andere momenten (1 Korinthe 7) Paulus juist schrijft tegen de losbandigheid bijv. in de havenstad Korinthe en daarom de nadruk legt op het monogame huwelijk.
Daarbij zien we nergens in het nieuwe testament dat er sprake is van een huwelijkssluiting als godsdienstige plechtigheid in de christelijke gemeente.
Als we al het bovenstaande serieus willen nemen dat kunnen we ons beeld en onze norm voor relaties en voor het huwelijk niet zomaar uit de bijbelse gegevens destilleren.
Ons beeld en invulling van huwelijk en relaties is heel anders, passend in onze tijd.
Wat de bijbel ons wél vertelt en leert is een aantal kernwoorden die zo centraal staan in heel de bijbelse boodschap dat ze ook gelden voor relaties tussen mensen.
Wij mensen zijn geschapen naar Gods beeld, in relatie met elkaar, en in die relaties kan iets van God zichtbaar worden.
Mens en medemens zijn betekent afhankelijkheid en verantwoordelijkheid, elkaar tot helper, hulp tegenover willen zijn.
Zo dat mensen bevrijdt worden uit wat hen klein en gevangen houdt.
En waar het huwelijk één van de bijbelse beelden is waar het verbond van God met het volk wordt vergeleken, dienen ook woorden als trouw en barmhartigheid zich aan.
En dat alles wordt samengevat in wat Jezus dan ook het grootste gebod noemt: liefde tot God en de medemens.
De kernwoorden die de bijbel aanreikt dienen ertoe om een leven in vrijheid en liefde, in verantwoordelijkheid en gerechtigheid te kunnen leven.
Omdat cultuur, concrete vragen en problemen van mensen door de tijd heen veranderen, veranderen soms ook waarden en normen.
Dat wil niet zeggen dat het maar alle kanten op kan.
Als we ons uitgangspunt blijven nemen in God die ons als medemensen voor elkaar geschapen heeft, dan zullen begrippen als verantwoordelijkheid, liefde, vrijheid en gerechtigheid de richting moeten blijven wijzen.
En in die richting mogen wij onze relaties met elkaar vormgeven, dan zal het leven goed zijn.
Amen

